Het verhaal van Lynelle (23 jaar)

‘Sinds groep 5 voelde ik me al ongelukkig. Maar dat vond ik normaal, want ik mocht ook nooit wat.’

Vaders

‘Samen met mijn moeder en 4 jaar jongere zusje ben ik jarenlang op de vlucht geweest voor mijn agressieve biologische vader. Dit stopte toen mijn moeder een nieuwe man kreeg, mijn 'stiefvader' waarvan iedereen dacht dat dit een veel betere man was. Kinderen uit mijn klas mochten allemaal leuke dingen doen, maar van mijn stiefvader mocht ik niets. Ik kon daardoor niet leuk spelen met de andere kinderen en was veel alleen.

Vanaf het moment dat hij bij ons woonde mishandelde hij mij lichamelijk en geestelijk. Vanaf ongeveer mijn 12e heeft hij me misbruikt. Toen ik dat op mijn 16e durfde te vertellen ging het heel slecht met me. Maar het is nooit in me opgekomen dat het een depressie was. Ik wíst ook helemaal niet wat depressie was. Ik dacht dat het gewoon door mijn leven kwam.’

Medicatie

‘Samen met mijn moeder heb ik aangifte gedaan. Ik werd doorverwezen naar hulpverlening en kreeg van de psychiater medicatie ‘om mijn emoties in toom te houden’. Ik wist eerst niet eens dat het antidepressiva waren, dat las ik pas later in de bijsluiter. Maar ik werd er heel sloom van dus ben er na 3 weken al mee gestopt. Ik dacht ook: ik kan dit wel op eigen kracht.’

Drank

‘Ik begon veel te drinken, misschien zou ik me dan beter voelen. Maar het hielp niet, het zorgde er juist voor dat ik me alleen maar slechter voelde.’

Niet praten

‘Ik kon er niet over praten met mijn vriendinnen. Ze wisten wel dat ik een misbruikverleden had, maar we praatten er verder nooit over. Ik vind het nu nog steeds moeilijk om dat soort dingen te delen. Anderen vertelden hun problemen wel aan mij, maar als ik dan eindelijk iets vertelde, dan begon diegene ineens over haar eigen probleem. Dan hield ik maar op over mezelf. Zelfs in groepstherapie had ik het er niet open over. Maar ik moest het toch kwijt dus ik tekende en schreef veel.’

Ik wilde niets meer

‘Ik lag gewoon in bed en wilde niets meer. Ik had altijd dat ik dacht: weet je, als ik nou gewoon dood zou gaan, zou iedereen er beter van worden en zou dit over zijn. Ik vond dat ik niets waard was en wist ook zeker dat het nooit meer goed zou komen.’

Spijbelen

‘Ik denk dat ik anderhalf jaar amper naar school ben geweest. Mijn moeder wilde dat ik naar school ging, maar dan ging ik in plaats daarvan naar vrienden toe. Ik ben blijven zitten en heb mijn examen niet gehaald. Ik was gewoon te moe om naar school te gaan.’

Wat beter

‘Mijn vriendin nam me soms mee naar buiten en zorgde dat ik weer wat deed. Op een gegeven moment ben ik uit huis gegaan en bij haar en haar ouders gaan wonen. Toen ging het wel iets beter. Daarna heb ik in een fasehuis gewoond, dat is begeleid wonen voor jongeren die niet meer thuis willen of kunnen wonen. Daar ben ik erg van opgeknapt. Met 2 begeleiders kon ik het erg goed vinden. Ze verplichtten me niet tot dingen maar moedigden me wel aan. Als ik zei dat ik te moe was, of dacht dat ik iets niet kon, praatten ze me moed in. ‘Wij geloven in jou’, zeiden ze dan. Ook met de andere jongeren had ik geluk, het was een leuke groep.’

Zoontje

‘Na het fasehuis ben ik met een omweg weer thuis gaan wonen en op mijn 18e kreeg ik mijn zoontje. Hij is nu 4 en toen hij geboren werd ging het gelukkig weer goed met mij. Hoewel ik de roze wolk van de zwangerschap waar iedereen het altijd over had niet heb gevoeld. Ik keek er heel erg naar uit wanneer mijn zoontje zou komen, maar de zwangerschap vond ik tegenvallen door alle ongemakken erbij.’

Vriend

‘Ik heb nu een vriend met wie ik wél dingen kan delen. Over hoe ik me nu voel, maar ook over vroeger. Soms vind ik het nog wel lastig om dingen te delen, ook richting hem, omdat ik het idee heb dat ik hem opzadel met mijn problemen/verleden. Toch mag ik het bij hem wel kwijt, dat weet ik. In de periode dat ik me zo depressief voelde kon ik dit bij niemand.’

Therapie

‘Ik heb eerst EMDR gehad. Maar de therapeut kon niet meer komen en de 2e kwam ook al vrij snel niet meer, dus dat heb ik niet afgerond. Daarna ben ik in groepstherapie geweest. Dat was 2 keer 10 weken. Toen had ik vier jaar geen zin meer om iets te doen, ik was te moe. Vorig jaar heb ik nog creatieve therapie gevolgd. Daarna nog een keer EMDR en nu doe ik psychomotorische therapie (PMT). Maar ik blijf het moeilijk vinden om over mijn gevoel te praten.’

Pieken en dalen

‘Ik ben nu 23 en ik ben gelukkig niet meer depressief. Ik heb nog wel soms pieken en dalen, of dat ik me afvraag wat ik allemaal doe. Soms als ik het heel druk heb, en veel stress, dan komt het wel weer op, dan denk ik dat het me niet gaat lukken en dat het veel te veel is. Dan moet ik ook huilen. Maar dat gaat altijd weer over.’